Vlindergroep

Juf Astrid en juf Susanne

Informatie vlindergroep

    

We lopen de dag met u door…..

 

8.30 uur: De deur gaat open. 

De deur gaat 10 min voor aanvang van de les open. ’s Middags gaat de deur om 13.20 uur open.

Tas uitpakken

De kinderen zetten hun eten en drinken op de plank bij hun eigen plaatje. Het is fijn als ze het zelf neerzetten. Het bevordert de zelfstandigheid en bovendien weten ze precies welk eten en drinken ze meegenomen hebben. De tas mag in de bak van de kleur van hun stoelplaatje. De lunch van de overblijfkinderen mag in hun tas blijven zitten.



 

 

Zendings- en verjaardagspotje

Op maandag staan deze potjes klaar. Het zendingsgeld wordt gebruikt om kansarme kinderen in hun levensonderhoud te voorzien en ze de mogelijkheid geven om ook naar school te gaan. Het verjaarsdagspotje gebruiken we om een verjaardagscadeautje voor de kinderen te kopen, maar ook voor de vader- en moederdagcadeautjes, kleine dingen die we bij een bepaald thema nodig hebben. De spaarpotjes zijn vrijwillig.

Welkomstbord

De kinderen draaien bij binnenkomst hun kaartje met foto om. Zo kunnen we zien of alle kinderen op school zijn.

Een kind wat die dag ziek is, is symbolisch toch nog een beetje bij ons, omdat we hun foto nog zien.

Soms zit er een knijper aan hun kaartje. Dat betekent dat ze die dag hulpje zijn, naast de juf zitten en mogen helpen met allerlei kleine taakjes. Als de kinderen hun verjaardag vieren, mogen ze een extra keer hulpje zijn en zelf het andere hulpje kiezen.

 

    

Bij binnenkomst 

De kinderen zoeken bij binnenkomst hun stoel op, die elke dag op een andere plaats staat ( soms is er een reden om een kind wel een vaste plaats te geven). Op de stoel staat ook weer het plaatje, wat ook bij de kapstok en op het aanwezigheidsbord staat. Als we gespeeld en gewerkt hebben, zetten de kinderen de stoel weer op dezelfde plaats in de kring. Dit is om te voorkomen dat alle vriendjes/vriendinnetjes naast elkaar gaan zitten en andere kinderen “afgewezen” worden, omdat die plaats bezet is. Ze leren ook om naast alle kinderen te zitten, ook de kinderen die ze zelf niet uitkiezen. Je ziet dat het bevorderlijk is voor de onderlinge contacten in de groep.

 


 

Afscheid nemen

De kinderen zoeken hun stoel en mogen daarna een boekje lezen uit de boekenbak.

Bij de jonge kinderen is het fijn als papa of mama meeloopt naar hun stoel, maar als ze wat ouder zijn kan er al op de gang/bij de deur afscheid genomen worden. Kinderen van groep 2 kunnen misschien op de gang al afscheid nemen. Vooral voor nieuwe kinderen is het best spannend om zo’n klas binnen te gaan. Voor hen is het ook erg verwarrend als ze hun stoel niet kunnen vinden omdat er een ouder even op zit. Kijk gerust even naar een werkje wat uw kind gemaakt heeft, maar neemt u dan graag afscheid. Dan blijft het rustig in de klas en houdt de juf overzicht.

 

 

8.40 uur: tijd om te beginnen

De deur van de klas wordt door een hulpje dicht gedaan. Dat is het teken dat de les gaat beginnen. Mocht uw kind onverhoopt een keertje te laat komen, laat uw kind dan stil naar binnen gaan, zodat de kringactiviteit niet onderbroken hoeft te worden. Het is dan niet de bedoeling dat de ouders nog de klas in komen om bv nog iets tegen de juf te zeggen. Wacht daarmee tot de school uitgaat.

 

Meeneembak 

In deze bak stoppen we werkjes en andere dingen die aan het eind van het dagdeel weer mee naar huis mogen. 
Het is niet de bedoeling dat kinderen speelgoed meenemen. Natuurlijk mag dat bij uitzondering wel, bijvoorbeeld als ze een cadeautje hebben gekregen wat ze graag willen laten zien. Sommige kinderen hebben behoefte om hun knuffel mee te nemen naar school. De afspraak is dat ze, als de juf begint met de les, hun knuffel in de meeneembak stoppen. We proberen dit ook af te bouwen. Een eigen knuffel geeft in het begin een gevoel van veiligheid, maar vaak kan de knuffel na een paar weken al thuisblijven.

Vriendenboekjes die terugkomen, mogen ook gelijk in de meeneembak. Deze delen we uit als we naar huis gaan.

 

Dagopening

We beginnen met het liedje “elke dag”( opwekking kids 101).We vragen welke dag het vandaag is. De hulpjes mogen het antwoord geven, de knijper wordt op de goede dag gehangen. We kijken of we 1 of 2 keer naar school gaan en wat de datum van vandaag is. De juf vertelt wat we die dag gaan doen en hangt de dagritmekaarten goed. Het biedt veiligheid, doordat de kinderen precies weten wat ze dat dagdeel kunnen verwachten.  Het geeft oriëntatie in tijd en biedt structuur.

 

 

Godsdienstige vorming

We beginnen elke dag met gebed, waarna we met elkaar een gebed zingen (o.a. opwekking kids 92). Drie keer per week wordt er een verhaal uit de Bijbel verteld. Voorafgaand aan het Bijbelverhaal zingen we ook een liedje (he luister mee naar een nieuw verhaal) en de juf steekt het olielampje aan. Dit is een teken dat het verhaal dat verteld wordt, een Bijbelverhaal is. Andere boeken zijn door mensen geschreven, maar de bijbel is het boek van God. Door naar de verhalen te luisteren leren we God beter kennen. Centraal staat dat God onze Hemelse vader is die voor ons wil zorgen en dat we altijd bij hem terecht kunnen. Hij houdt van ons zoals we zijn.

 

Vertelkring

Op maandag mogen de kinderen iets vertellen wat ze in het weekend gedaan of meegemaakt hebben. Sommige kinderen vinden dit best moeilijk. Weet u dat uw kind hier moeite mee heeft, dan is het fijn als u samen even bespreekt wat ze kunnen vertellen. Een foto of voorwerpje meegeven kan ook steun bieden.

 

Zingen

Elke ochtend zingen we een paar godsdienstige liederen. De hulpjes mogen een lied kiezen.

Daarnaast zingen we ook liedjes die bij ons thema passen.

 

Buiten spelen? Spelen/werken?

Na de kring gaan we naar buiten, gymmen in het speellokaal of spelen en werken.

         

De vlinder op rood/groen

Als we gaan spelen/werken gaat de vlinder op rood. Dat is het teken dat de kinderen stil zijn, omdat de juf dan gaat vertellen wat de bedoeling is. Werkjes worden kort uitgelegd/verdeeld.

 

 

 

Moet- en magwerkjes
We hebben moet- en magwerkjes. De moet-werkjes moet je maken. Deze werkjes willen we van alle kinderen zien. Hierbij komt een bepaalde vaardigheid naar voren of kennisoverdracht rondom het thema. Wel mag je zelf weten wanneer je deze maakt, binnen de dagdelen dat de betreffende juf er is. Er zijn werkjes voor groep 1 en werkjes voor groep 2. Afhankelijk van het niveau van het kind kunnen deze werkjes aangepast worden, zowel makkelijker als moeilijker… Mag-werkjes zijn uiteraard vrije keuze.

 

Reken – en taalontwikkeling
Veel reken- en taalactiviteiten vinden plaats in de kring.
Voor rekenen gebruiken we de methode “gecijferd bewustzijn”. We werken met handpoppen: de uurtjesuil, de meetmol, de teltijger, de bouwbever. Zo komen spelenderwijs alle rekengebieden aan de orde. We hebben een rekenkast die gevuld is met materialen. Deze gebruiken we voor kringactiviteiten en voor opdrachten in de rekenhoek. De opdracht van de rekenhoek koppelen we aan de rekenactiviteiten die in deze periode in de kring aan bod komen.
Voor taal gebruiken we de methode “fonemisch bewustzijn”. Er zijn allerlei onderdelen zoals kritisch luisteren, klank en rijm, begin- en eindklank van een woord, letterherkenning, schriftoriëntatie die in de kring aan bod komen. Deze lessen verwerken we weer in de opdracht van de lees-schrijfhoek.
Ook koppelen we de lessen aan andere hoeken, bv boodschappenbriefjes schrijven in de huishoek, bouwwerken nabouwen in de bouwhoek.

Werkmap Fonemisch bewustzijnWerkmap Gecijferd bewustzijn

Hoeken

We hebben allerlei hoeken in de klas en op de gang. De kinderen hebben ieder een eigen bakje met kaartjes voor het keuzebord. Het symbool op de kaartjes is hetzelfde als op hun stoel en bij de kapstok.  Op elk keuzekaartje staat hun eigen symbool.
Als de kinderen mogen kiezen, pakken ze eerst hun bakje en gaan bij het keuzebord staan. Ze hangen bij die hoek het kaartje met dezelfde kleur op, want iedere hoek heeft een eigen kleur. 

De jongste kinderen hebben meer regenboogkaartjes (die bij elke hoek gehangen mogen worden,) zodat zij meer de gelegenheid hebben om te spelen, ontdekken, uitproberen.

Aan het eind van de morgen/middag krijgen ze de gebruikte kaartjes niet terug maar gaan ze in een verzamelbak. Op deze manier kunnen ze zelf een keuze maken, maar sturen we dat alle ontwikkelingsaspecten aan bod komen.

Ze krijgen hun kaartjes terug als ze op zijn. Ze kunnen bijvoorbeeld kiezen uit: het huisje, de bouwhoek, vrij knutselen, reuzen-lego, krijtbord, computer, zandtafel, lees/schrijfhoek, luisterhoek, trein, lego, watertafel, verfbord.

Alle spelactiviteiten tijdens de werkles stimuleren verschillende ontwikkelingsaspecten zoals de sociale ontwikkeling, de zelfstandigheid, het ontwikkelen van het wereldbeeld, motorische vaardigheden enz.

Sommige materialen wisselen we af, bv de reuzenlego, houten trein, knexx. Die materialen ruilen we met andere groepen. 

  

 

          

 

 

 

    

 

   

 

de vlinder op de tafel

Als de speel/werkles begint, zetten we de vlinder op het tafeltje van de juf. De vlinder is het teken dat de kinderen nog niet van hoek mogen veranderen. We zetten een kookwekkertje op ongeveer 20 minuten. Als de wekker gaat, halen we de vlinder van het tafeltje en mogen de kinderen iets anders kiezen. Ze mogen niet meer in een andere hoek gaan spelen, maar kiezen iets uit de kast. ’s Middags mogen ze ook kleien, kleuren, tekenen, prikken. We hebben hiervoor gekozen omdat de kinderen intensiever spelen als ze niet van hoek kunnen veranderen.  
5 minuten voordat we gaan opruimen zetten we een zandloper. We kondigen aan dat we nog 5 minuten spelen en dan gaan opruimen. Het spel wordt afgerond en als het opruimliedje wordt gezongen, ruimen we op.

 


      

Kastmateriaal

In de kast staan puzzels, spelletjes, taal- en rekenspelletjes en allerlei ander klein materiaal. Op het keuzebord kiezen ze ook een keer puzzelen. Dit mag ook nadat ze een werkje gemaakt hebben of in een hoek hebben gespeeld en ze iets anders willen kiezen. Als een kind een puzzel heeft gemaakt, mogen ze een sticker plakken bij het nummer dat ze gedaan hebben. Dit is een extra stimulans om alle puzzels (geschikt voor hun niveau) een keer te doen. 5 keer per schooljaar wordt het kastmateriaal en de puzzels gewisseld. Ze beginnen dan weer in een nieuwe rij met stickers plakken.  

 

 

 

Gym of buitenspel

Elk dagdeel wordt er of gegymd of buiten gespeeld. Als we naar buiten gaan, verzamelen we bij de glijbaan. De hulpjes mogen eerst kiezen. Als de juf aan het eind van de speeltijd in haar handen klapt, komen alle kinderen naar de juf, zodat ze horen wie welk speelgoed op gaat ruimen. Zie je niets meer liggen? Dan ga je in de rij staan.

Met de gymles wisselen we af met spellessen, groot materiaal (zoals het klimrek) en klein materiaal (bal-oefeningen). Het is handig als de kinderen makkelijke gymschoenen aan hebben, zodat ze deze zelf aan en uit kunnen doen ( geen veters i.v.m. veiligheid)

 

      

 

    

 

 

 

 

Ontwikkeling van kleuters

Wij vinden dat kleuters binnen de basisschool een bijzonder plekje hebben, want de ontwikkeling van een kleuter is erg specifiek. Er wordt goed in de gaten gehouden dat een kleuter spelend zoveel ervaringen opdoet dat hij/zij daardoor steeds verder komt in zijn/haar ontwikkeling. Naast het spelend leren zijn we in de kring veel met taal en rekenen bezig. We hebben een map: fonemisch bewustzijn, waar we elke week 2 a 3 keer uit werken. We oefenen in de voorwaarden om te kunnen leren lezen. We leren goed luisteren, woordjes in lettergrepen klappen, klanken herkennen, opzegversjes, liedjes enz. Voor de taalontwikkeling is het van groot belang dat er veel wordt voorgelezen. Ook thuis is het belangrijk om samen (prenten)boeken te lezen en deze samen te bespreken.  Een abonnement bij de bieb raden we zeker aan.

Voor de rekenlessen hebben we de methode “gecijferd bewustzijn” waar we 3 keer per week uit werken. Hier horen 5 handpoppen bij waar we spelenderwijs alles op rekengebied aanbieden. We besteden bijvoorbeeld aandacht aan hoeveelheden, getallen, tellen, meer/minder/evenveel, cijferherkenning, tijdsbesef, meten enz. Ook thuis kan hier spelenderwijs aandacht aan gegeven worden. ( bijvoorbeeld: pak jij maar 5 lepels of spelletjes met tellen en/of een dobbelsteen)

 

 

 

 

Ontwikkelingen volgen

Alle vorderingen van deze ontwikkelingen en andere ontwikkelingsgebieden worden nauwlettend in de gaten gehouden. We observeren de kinderen in allerlei spelsituaties, kringsituaties enz.

Dit verwerken we in de leerlijnen om zo een totaalbeeld te krijgen van ieder individueel kind. Op deze manier hopen we hiaten in de ontwikkeling tijdig te signaleren en daarin extra te begeleiden. Deze leerlijnen zullen we met jullie bespreken tijdens de 10-minutengesprekken en indien nodig tussentijds.

Aan het eind van een schooljaar geven wij een weloverwogen advies over het al dan niet doorgaan naar de volgende groep. Deze beslissing wordt in nauwe samenwerking met de IB-er en eventueel directie genomen, omdat zorgvuldigheid en het belang van het kind heel belangrijk voor ons zijn. Het advies van de school is hierin bindend. Vanuit onze professionaliteit kijken wij anders naar de kinderen. Vanzelfsprekend communiceren wij hier al vroeg over met de ouders. Ook wordt elk jaar opnieuw bekeken welke verdeling we in groep 3 hanteren. Het is niet vanzelfsprekend dat de kinderen die nu bij elkaar in de klas zitten, ook in groep 3 bij elkaar zitten. Natuurlijk is dat wel ons streven.

Afbeeldingsresultaat voor leerlijnen parnassys kleuters

 

De letterboek

Op het prikbord hangt een letter die bij ons thema past. Daaronder hangt een plaatje dat met die letter begint. De kinderen mogen plaatjes meenemen van iets dat met deze letter begint. We maken zo met elkaar een letterboek waar de kinderen in kunnen lezen. Het is vooral bedoeld om de interesse voor letters te wekken. Het is de bedoeling dat de kinderen zelf op zoek gaan naar plaatjes.  Jongste kleuters zijn meestal nog niet zo met letters bezig. Het geeft ook helemaal niet als ze niks meenemen. Vooral de oudste kleuters krijgen interesse voor de letters. Op de strook met letters die naast de lettermuur hangt, geven we met een geel transparant kaartje aan over welke letter we werken. De letters die dit schooljaar behandeld zijn, worden omgedraaid en hebben dan een groene kleur. Zo kunnen we precies zien welke letters we al geleerd hebben. We spreken de letters klankzuiver uit a ipv aa, b ipv bee.

 

 

Oefenen

We merken dat er thuis ook met letters geoefend wordt. Als u dat doet, wilt u dan de letters ook klankzuiver oefenen.

Het is overigens niet de bedoeling dat u volop gaat oefenen met letters benoemen en schrijven. Vaak krijgen de kinderen in de loop van groep 2 hier interesse voor en kunt u hierin meegaan. Een blad met de juiste (schrijf)letters kunt u vragen bij de juf.

 

Pengreep

Het valt ons op dat veel kinderen, de pen, potlood, stift of krijtje verkeerd vasthouden. Sommige kinderen pakken het potlood nog met de hele hand, anderen houden de middelvinger op het potlood, weer anderen houden de wijsvinger zo krampachtig op het potlood dat ze al gauw moe worden van het tekenen.

We besteden hier op school aandacht aan, maar soms is dat niet genoeg om de pengreep goed te krijgen. Wilt u er thuis ook op letten? Een blad met een afbeelding en uitleg van de juiste pengreep kunt u van de juf krijgen.

https://s-media-cache-ak0.pinimg.com/236x/be/39/b6/be39b6d8a295f826c8aaac1a7d9594bc.jpg